huppeldepup op kynotrain congres 2010

12 december vond in het Nederlandse Lunteren het Kynotrain congres plaats, deze keer rond het thema antropomorfisme. Opnieuw vonden bijna 350 deelnemers de weg naar het congrescentrum De Werelt, waardoor dit evenement stilaan uitgroeit tot het grootste op vlak van gedrag in Nederland. Opmerkelijk ook nu weer, en mogelijk de reden voor het succes, een interessante mix van sprekers die niet alleen de professioneel, maar ook de geïnteresseerde liefhebber kunnen boeien.

De spits werd afgebeten door Willie van der Veldt die het onderwerp meteen kaderde in zijn historische evolutie te beginnen bij Plato en Aristoteles en eindigend vandaag, zowel in de Westerse als de Oosterse wereld. De ideeën van Aristoteles vinden we terug in Oosterse culturen. Men gelooft daar in reïncarnatie waarbij de geest niet alleen in menselijk vorm maar ook in elk willekeurig dier kan terugkomen. Hoe het dualisme vorm kreeg in Europa kunnen we zien als we kijken naar het werk van Descartes. Dieren hebben geen ziel daarom is het voor hen onmogelijk om een plaats in de hemel te krijgen want ze hebben niets dat onsterfelijk is. Hieruit trok men de conclusie dat het voor een dier onmogelijk is om pijn of andere emotionele gevoelens te hebben. Na Linnaeus die in 1735 als eerste de mens een plaats binnen het dierenrijk gaf, kwam Darwin tot de conclusie dat mensen niet uniek of uitzonderlijk zijn wat hun verstandelijke vermogens betreft en dat soorten fysiek veranderen en overleven door zich aan de omgeving aan te passen. Hij verklaarde dat ‘gevoelens en intuïties, verschillende emoties en verstandelijke vermogens, zoals liefde, herinnering, aandacht, nieuwsgierigheid, imitatie, rede, die als menselijk worden gezien, in een elementaire of soms zelfs goed ontwikkelde vorm ook bij de lagere dieren voorkomen’. Deze opvattingen van Darwin komen in de twintigste eeuw onder druk te staan door een uitspraak van Lloyd Morgan: “In geen geval mogen we een handeling interpreteren als de uitkomst van het gebruik van een hoger geestelijk vermogen, als die ook kan worden geïnterpreteerd als de uitkomst van het gebruik van een vermogen dat lager op de psychologische schaal staat”. Veel argumenten voor afwijzing van het antropomorfisme kunnen worden herleid tot deze uitspraak, sommigen noemen ze dan ook niet alleen de meest gebruikte, maar ook de meest misbruikte uitspraak over het denkvermogen van dieren. Nadien verklaart Skinner elke vorm van ‘bewustzijn’ of ‘psyche’ als louter speculatie, niet alleen onzinnig ten aanzien van dieren maar ook ten aanzien van mensen. Willie van der Veldt besluit dan ook met de vaststelling dat het antropomorfisme debat nu zeker al 25 eeuwen duurt, de discussies vaak een te hoge emotionele lading hebben en een te weinig wetenschappelijke onderbouwing, er qua onderzoek nog een wereld te ontdekken valt en dat daarom het antropomorfisme debat naar alle waarschijnlijkheid nog eeuwen zal voortduren. 

In een tweede voordracht vroeg Doreen Planta zich af hoe menselijk onze dieren zijn. Zij vertrok van het begrip emoties. De primaire emoties hebben neurale impulsen in het emotionele deel van de hersenen, de amygdala een amandelvormige hersenstructuur, terwijl secundaire emoties ingewikkelder emoties zijn zoals spijt, verlangen of jalousie. Hierbij zijn hogere centra in de hersenen betrokken. Tegenwoordig doet de cognitieve ethologie onderzoek naar de uitingen van emoties bij dieren. Het is ecologisch, evolutionair en vergelijkend onderzoek van wat er in de geest en het gemoed van dieren omgaat. Darwin als eerste en daarna andere betoogden dat de evolutie van emoties bij mens en dier nodig was om sociale banden onder dieren die in groepsverband leven te bevorderen. Hierdoor blijven onder andere jongen bij hun moeder en andere volwassen dieren zodat ze buiten gevaar blijven. Deze overlevingskans is ook van belang voor de evolutie van de andere emoties, zoals onder andere jaloezie. Volgens evolutionair psychologen is jaloezie een heel natuurlijk verschijnsel. Jaloezie beschermt immers de relatie, en dus beschermt het de overlevingskans van jezelf en je partner. Het bewust zijn van emoties bij dieren , ook al is wellicht de uiting van die emotie een andere dan die van ons, zorgt ervoor dat we in staat zijn om een band te krijgen met dat dier. Maar zoals Marc Bekoff schrijft, kan het ervoor zorgen dat we op een veel gevoeligere en dus betere manier met dieren omgaan. 

Na Doreen was het de beurt aan Christine Halsberghe om verder op het thema emoties in te gaan. Christine is ondertussen ook in Nederland bekend als spreekster die een zaal kan boeien door op een menselijke en interessante manier wetenschap te vertalen naar bruikbare kennis. Mensen beschouwen emoties als een bewuste gewaarwording van een subjectieve staat waarin ze zich bevinden. Ze kunnen die emotie benoemen in de context waarin ze voorkomen. Bij honden en katten, is het moeilijk(er) om die subjectieve status te evalueren. Zelfs al is het nu algemeen aanvaard dat dieren emoties kennen, we weten nog altijd niet of ze die ook wel bewust zijn. Het concept is dat je woorden nodig hebt om dit bewustzijn te uiten. Antropomorfisme is dus volgens Christine een reëel risico omdat honden en katten ons niet kunnen vertellen op de manier die wij kennen “hoe “ze zich voelen. Mensen hebben dus de neiging om zich te laten leiden door hun subjectieve interpretatie. Emotionele ervaringen bestaan uit verschillende componenten: de gevoels-, fysiologische-, cognitieve- en gedrags en sociale-component. De gevoelscomponent is individueel en bestaat uit een heel reeks verschillende subjectieve reacties die met “woorden” worden beschreven. Een van de meest invloedrijke classificatie van gevoelens is de lijst van Robert Plutchik met de 8 primaire gevoelens: kwaadheid, schrik, droefheid, afkeer, verrassing, nieuwsgierigheid, aanvaarding en vreugde. De fysiologische component bestaat uit autonome, motorische en neuroendocriene mechanismen. Emotie induceert “onwillekeurige” specifieke veranderingen en bereidt op die manier het lichaam voor om te reageren met een individuele respons: vlucht, aanval en bevriezen. De cognitieve component start met de gewaarwording en de representatie van de gebeurtenis. De gedragscomponent ten slotte is wat we zien, het is de expressie van de emotie en wordt oa. beïnvloed door genetische factoren die uniek zijn voor elke diersoort maar ook in zekere mate voor het ras en de lijn waaruit het dier afstamt. Expressie is een deel van de emotie, het is een manier om die emotie naar anderen toe te communiceren door zichtbare tekenen, het is het sociale aspect van emoties. Nadat ze verder was ingegaan op wat emoties doen met huisdieren en hoe we ze kunnen herkennen, sloot Christine af met de conclusie dat het als evident wordt beschouwd dat gezelschapsdieren emoties beleven en uitdrukken. Uit respect voor die emoties is het niet aan ons om daarbij zeer complexe interpretaties te gaan maken over hoe honden zich voelen. Belangrijk is tijd te nemen om de expressie van de emoties goed waar te nemen en die accuraat te gaan interpreteren. Het blijft ook belangrijk om in te schatten wat het effect is van emoties op het vertoonde gedrag, vooral als dat gedrag niet meer aangepast is aan de situatie of context. 

Nadien was het mijn beurt. In twee lezingen, ééntje in de voor- en eentje in de namiddag ben ik verder ingegaan op de vragen of we nu van de wetenschappers mogen praten over jaloezie bij honden en of honden nu al dan niet kunnen troosten. Dit naar aanleiding van een aantal recente wetenschappelijke onderzoeken, waarvan de conclusies nogal eens verkeerd en onvolledig worden voorgesteld. Wie hier iets meer over wil lezen, verwijs ik naar de tekst van de voordrachten op www.huppeldepup.org. Aan de hand van een aantal wetenschappelijke studies probeerde ik een overzicht te geven van wat we met aanneembare zekerheid weten over het emotionele en cognitieve leven van onze honden. We gingen ook na of honden in staat zijn een band te hebben in de betekenis die wij daar als mensen aan geven. Kort werd de rol van een aantal biologische systemen toegelicht. Zijn er aanduidingen of bewijzen dat ook bij de hond deze biologische systemen aanwezig zijn? En indien ze er zijn, mogen we dan conclusies trekken? Maar naast deze jaloezie omwille van het feit dat men bang is dat een relatie niet meer preferentieel is, kan men ook jaloers zijn over het feit dat een ander voor eenzelfde inspanning beter wordt beloond. Deze vorm van jaloersheid komt bij ons, mensen, waarschijnlijk nog meer voor dan de eerste. Dit heeft alles vandoen met een gevoel van fair zijn, een rechtvaardigheidsgevoel. Kunnen we dit bij honden terug vinden? Wie honden na een conflict observeert ziet vaak dat onrust in de groep heerst en dat deze pas verdwijnt als er een aantal gedragingen zijn vertoond die niet enkel aangeven dat het conflict is beëindigd, maar ook dat het sociaal weefsel weer in meer of mindere mate is hersteld. Vaak gaan honden daarbij ook letterlijk met hun mond de andere aanraken. Noemen we dat bij de mens niet (ver-)zoenen? Wie neemt het initiatief, de winnaar of de verliezer? Gaan we hier te ver? Misschien wel ver, …..maar té ver? De laatste jaren waren er zeer ernstige aanduidingen dat bij primaten het concept verzoening bestond. Ook bij andere dieren blijkt het concept te bestaan. Recent onderzoek van de voorbije twee jaar heeft nu het bestaan ervan onderzocht bij de hond. Hoe hebben wetenschappers dit gedaan en wat hebben ze gevonden? Kunnen we met de bevindingen van dit wetenschappelijk onderzoek iets doen? Zijn ze een argument in het debat tussen believers en non believers? Zijn er alternatieve verklaringen van de bevindingen uit de praktijk? Is het werkelijk een zaak van geloven of niet? Waarom geven we al dan niet het voordeel van de twijfel aan de hond? En wat zijn de gevolgen van beide opties? Hoe zouden we dit in de praktijk kunnen waarnemen en gebruiken? Allemaal vragen waar ik een antwoord op probeerde te vinden…

Na de pauze gaf Helly Gaus (niet alleen de vrouw van Martin, maar in feite diegene die verantwoordelijk is voor het trainen van de honden), een rijk geïllustreerde voordracht over lichaamstaal bij de hond. Hieruit bleek dat veel voor interpretatie vatbaar is, maar vooral dat we veel meer aandacht moeten besteden aan subtiele communicatie die later gedrag voorspelt. Ik denk hier in de eerste plaats aan bijvoorbeeld het eenvoudige feit dat de richting waarin één van de voorpoten van de hond georiënteerd staat terwijl hij dreiggedrag vertoont, al aan kan geven wat zijn volgende actie zal zijn: aanval of vlucht. Onnodig te zeggen dat deze voordracht nadien voor heel wat discussie onder de aanwezigen heeft gezorgd.  

Judith Hofman kon boeien met haar uiteenzetting over massage bij honden, en dan meer specifiek over de T-touch methode, een andere (of ook aanvullende) aanpak om door aanrakingstechnieken en massage de hond weer te leren ontspannen en hem meer voeling te geven met zijn lichaam. Ze somde een aantal voordelen op zoals het feit dat onderzoek aantoont dat door aanraking en massage het gewicht bij te vroeg geboren baby’s sneller toeneemt en de biologische factoren in het bloed verbeteren, het feit dat uit onderzoek bij mensen en dieren zou blijken dat door het toepassen of geven van TTouches de hersengolven in de linker hersenhelft (logische denken, taal, cijfers, methodes) zowel als die in de rechter hersenhelft (het intuïtieve, zingen, gevoel, visualisatie) geactiveerd worden, wat zorgt voor een betere balans tussen lichaam en geest, T-touch  meer lichaamsbewustzijn en dus een betere lichamelijke balans geeft, door massage op de spieren of een andere vorm van spieractiviteit of beweging de aders in het lichaam geholpen zouden worden de afvalstoffen in het bloed en de lymfestroom af te voeren, door het vrijkomen van verschillende hormonen lichaam en geest zich beter kunnen ontspannen,  T-touch door aanraking of massage op de zenuwuiteinden van het vegetatieve zenuwstelsel werkt waardoor de spijsvertering, de bloed- en lymfecirculatie, de hartfunctie en de ademhaling worden beïnvloed en je sneller een probleem opmerkt en het gericht kunt aanpakken. Toepassingen ziet zij vooral in het gebruik van aanraking en massage bij al het probleemgedrag waarbij sprake is van heftige reacties (ofwel emoties) van de hond. Maar ook het leren aan pups van zelfbeheersing en zelfvertrouwen, het gebruik bij problemen met het bewegingsapparaat, revalidatie, het voorbereiden en de cooling down bij sportinspanningen, het voorbereiden van aanrakingen door dierenarts of keurmeester en het verbeteren van gangwerk voor shows zijn indicaties.

Als laatste kwam dan Erika Bokelmann aan het woord. Erica studeerde recent af aan te KaHO Sint Lieven in Sint Niklaas in de opleiding toegepast diergedrag en zij stelde haar eindwerk rond het aanleren bij de hond van ontspannen op commando voor. Ontspanning op commando lijkt een contradictio in terminis. Toch blijkt het mogelijk te zijn om een hond te laten ontspannen op een signaal. In een onderzoek naar Cover’s Conditioned Relaxation dat Erica deed bleek de hartslag van een hond na een relax commando te dalen naar een waarde die overeen kwam met die van de rustende hond. Bij het aanleren van het commando voor deze Conditioned Relaxation maakt zij vooral gebruik van massage en feedback signalen uit de trainingstechniek Bridge en Target. Meer informatie over geconditioneerde ontspanning is te vinden op www.bridgeandtarget.nl. Als dierenarts klonk het mij als muziek in de oren dat men een hond zou kunnen leren ontspannen op de onderzoekstafel!

Wie dan nog niet helemaal verzadigd was, kon tijdens de pauzes terecht bij de vele standhouders die een zeer gevarieerd aanbod bijscholingen en literatuur aanboden. Voor herhaling vatbaar alleszins.

Rudy De Meester