

In een mooi artikel in de New Scientist van 22 augustus 2011 geeft Caroline Williams een goed overzicht van recente bevindingen omtrent het geurvermogen van de hond.
Ze start met een rare vraag, namelijk hoe het mogelijk is dat een hond, die zoveel beter ruikt dan een mens zijn hoofd, in een vuilnisbak kan houden. De reden daarvoor wordt gegeven door Alexandra Horowitz, onderzoeker aan de Columbia universiteit die verklaart dat dit niet komt omdat honden zoveel sterker, harder ruiken dan mensen, maar omdat ze “verschillende lagen” in de geurinformatie kunnen waarnemen. Het verschil in geurvermogen tussen de mens en de hond vergelijkt ze met het waarnemen van een schilderij van op afstand en dat vergeleken met het waarnemen van dichtbij waarbij je bijna elke penseeltrek kan zien.
Maar er zijn nog verschillen met de mens. Daarnaast is het immers zo dat de hond aan geurinformatie een hogere waarde toekent dan aan visuele info. Dit werd op een eenvoudige manier getest: men stapte achteruit waardoor de voetafdrukken een andere richting aangaven dan de geursporen en de hond volgde toch het spoor in de juiste richting.
Probeer je in te beelden, zegt Horowitz, dat alles wat je ziet, niet alleen elk voorwerp, maar ook ieder deel van een voorwerp, een andere geur zou hebben. In werkelijkheid is dat ook zo; bijvoorbeeld ieder blaadje van een roos zal anders ruiken naarmate het al dan niet door andere insecten is bezocht. Dit kan een hond waarnemen. Hij kan eveneens weten welke mensen de plant hebben aangeraakt en zelfs wanneer.
Honden kunnen immers aan de hand van de kwaliteit van de geur een idee over hebben over de tijd die ondertussen is voorbijgegaan. Informatie die wel biologisch belangrijk is wanneer het over een andere hond (of bijvoorbeeld een prooi) gaat die is voorbijgelopen. En met de hulp van een licht briesje dat hun richting op komt, kunnen ze zelfs “toekomstige ontmoetingen” voorspellen.
Helaas kunnen wij als mens op geen enkele manier de geuren op zo’n gedetailleerde manier waarnemen als een hond. Zelfs als we op de grond gaan zitten snuffelen, lukt het niet. De anatomie van onze neus zorgt er voor dat we door dezelfde openingen in en uit ademen, wat bij de hond niet zo is. De hond kan een onderscheid maken tussen de info uit het linker en het rechter neusgat, wat hem helpt beslissen van waar het geurspoor afkomstig is. De vorm van de neusgaten en niet te vergeten de gemiddeld 300 miljoen geurreceptoren zorgen dat de prestaties onvergelijkbaar zijn met deze van de mens met een schamele 6 miljoen.
Last but not least, zelfs wanneer we dezelfde informatie aan geuren zouden kunnen binnensnuiven, dan nog zouden we ze nooit kunnen verwerken. Verhoudingsgewijs neemt het deel van de hersenen dat geuren verwerkt bij een hond 12.5% van de totale hersenmassa in, terwijl dit bij de mens maar om maximaal 1% gaat.
Wat een hond dus allemaal kan ruiken, hoe hij de wereld “ziet”, zullen we dus nooit weten, maar misschien, besluit Caroline Williams, kunnen we ons proberen inbeelden hoe interessant de informatie is die een verlichtingspaal kan bevatten voor een hond en trekken we hem eens een keertje niet onmiddellijk ervan weg naar iets wat wij denken dat boeiender is.